De kunst van het geven


Gepubliceerd op 1 mei 2017 in MVO door Gwendolyn Vincent Er is 1 reactie

Na 16 jaar moest het Aboriginal Art Museum in Utrecht haar deuren sluiten wegens geldgebrek: de private financiering waar het museum afgelopen jaren op rekende, hield op. Dat culturele instellingen tegenwoordig moeilijk zonder steun van particulieren of het bedrijfsleven kunnen voortbestaan, werd pijnlijk duidelijk. Waar komt deze ontwikkeling vandaan? En welke rol speelt het bedrijfsleven hierin?

De noodzaak van verzakelijking
Toen er zes jaar geleden drastisch bezuinigd werd op de culturele sector, riep staatssecretaris van OCW, Halbe Zijlstra, culturele instellingen op om meer eigen inkomsten te generen en minder afhankelijk te worden van overheidssteun. 

Het Rijksmuseum reageerde vorige maand met de aanstelling van een derde directielid, Hendrikje Crebolder, die zich specifiek bezighoudt met ‘Development en Media’. Het museum ziet in deze tijd een noodzaak om de zakelijke kant van de directie te versterken. 
In Nederland is het een primeur een derde directielid met deze specifieke taken te belasten. Wel hebben veel Nederlandse musea inmiddels een afdeling speciaal gericht op particuliere fondsenwerving en sponsoring. 

Op haar website beschrijft bijvoorbeeld het fotografiemuseum FOAM in Amsterdam dat ruim 55% van haar inkomsten afkomstig is uit structurele en projectsponsoring, uit (particuliere) fondsen en andere vormen van fondsenwerving. “Samenwerkingen met het bedrijfsleven behoren tot het DNA van de organisatie,” schrijft het museum.



Vrienden worden met musea
Verschillende manieren van doneren zijn mogelijk gemaakt door musea. Een voorbeeld is de vriendenkring; veel musea hebben van oudsher een ‘vriendencirkel’ van particulieren die het museum graag met een (relatief) kleine bijdrage per jaar steunen in haar activiteiten. In de afgelopen jaren zijn deze vriendenkringen verder uitgebreid tot geefstructuren waarbinnen verschillende manieren van steun mogelijk zijn. Zo accepteren musea ook éénmalige schenkingen en kan het museum bijvoorbeeld opgenomen worden in een testament. 

Grote ondernemingen steunen musea vaak in de vorm van sponsoring, zo is ING hoofdsponsor van het Rijksmuseum, en Heineken partner van het Van Gogh museum. Voor bedrijven die musea een warm hart toe dragen maar niet in de gelegenheid zijn om een dergelijke samenwerking aan te gaan, worden vaak businessclubs opgericht. Dit is een vereniging waar ondernemers elkaar ontmoeten en met een jaarlijkse bijdrage een museum structureel steunen. 


"Lid worden van een businessclub staat niet alleen in het teken van het geven"

 

Voordelen van een businessclub
Lid worden van een businessclub staat niet alleen in het teken van het geven van geld, maar er kleven ook verschillende voordelen aan.

-    Versterken maatschappelijke waarde: een partnerschap met een museum of andere culturele instelling wordt vaak aangegaan vanuit betrokkenheid bij de ambities, missie, programmering of collectie van deze instelling. Daarnaast is het een goede manier om de (lokale) gemeenschap te versterken, door het culturele aanbod levendig te houden en instellingen te verankeren in de samenleving. 
-    Privileges: aan het lidmaatschap van een businessclub is ook een aantal privileges verbonden. Zo mag je als lid vaak kosteloos, of tegen gereduceerd tarief, gebruik maken van het museum als locatie voor vergaderingen of zakelijke ontvangsten. Bedrijfsvrienden van het Tassenmuseum Hendrikje in Amsterdam mogen bijvoorbeeld op aantrekkelijke voorwaarden gebruikmaken van de 17e- en 18e-eeuwe stijlkamers van het museum. Uitnodigingen voor premières of openingen, exclusieve rondleidingen en events, naamsvermelding in verschillende communicatie uitingen van het museum en gratis toegangskaarten behoren vaak ook tot de privileges. 


-    Netwerkmogelijkheden: natuurlijk zijn bijeenkomsten van de businessclub ook een uitgelezen kans om het eigen bedrijfsnetwerk te onderhouden of uit te breiden door in culturele setting met andere ondernemers in gesprek te raken. 
-    Fiscaal aantrekkelijk: tot slot maakt de Geefwet het fiscaal aantrekkelijk een culture instelling met ANBI (algemeen nut beogende instelling) status te steunen. 

Cultuur is van ons allemaal
Culturele instellingen maken het op verschillende manieren mogelijk om steun te bieden, maar uit het geval van het Aboriginal Art Museum in Utrecht blijkt dat het ook niet gezond is om afhankelijk te zijn van particuliere steun. Maken we het niet moeilijker dan het is? Natuurlijk is het belangrijk om financiële steun te krijgen zowel vanuit de overheid als uit de particuliere sector. Maar uiteindelijk gaat het om de bezoekers. Wanneer de culturele sector meer inkomsten verwerft uit bezoekers ontstaat een financieel gezonde sector die niet afhankelijk is van giften en sponsoring. Dus misschien moet de vraag juist zijn: hoe krijgen we meer publiek naar musea, theaters, poppodia, etc.?

Stimuleer als werkgever eigenhandig het cultuurbezoek door medewerkers het leukste cultuurlidmaatschap van Nederland te bieden.

1 reactie

Henrieke van Eerten Amsterdam · 01 mei 2017

Helemaal mee eens! Goed geschreven!

Schrijf een reactie

Wordt niet publiek getoond.

Je gebruikt een oude browser, waardoor deze website niet werkt.
Update naar een modernere browser.