Interview: De Marathon


Gepubliceerd op 27 maart 2017 in Cultureel nieuws Er is 1 reactie

De eerste musical waar Job Gosschalk ruim vijftien jaar geleden aan meewerkte, toen nog als casting director bij Kemna Casting, was de Nederlandse versie van Aida. Hij vloog ervoor naar de Verenigde Staten, waar hij te maken kreeg met Paul Bogaev, een Amerikaanse musicalregisseur, arrangeur en componist met een Emmy en een Grammy op zijn naam.

“In Nederland is hij onbekend bij het grote publiek, maar hij is onder meer de arrangeur van Bette Midler en Barbra Streisand. Die Paul vertelde me destijds dat hij van Elton John een bandje kreeg met twaalf liedjes en de boodschap: Alsjeblieft, dit is de muziek van Aida. Vervolgens maakte hij daar een fantastisch georkestreerde, spetterende show van. Toen ik het idee kreeg voor deze musical zei ik tegen Thomas Acda: Doe jij nou voor De Marathon wat Elton John deed voor Aida. Zo zijn we begonnen.”

Waarom De Marathon? 
“Omdat de film een oergeestig, hartverscheurend en origineel verhaal vertelt, dat je ook op een andere manier kunt delen met publiek. Ik hou van kruisbestuivingen en met Kemna Theater proberen we daar volop gestalte aan te geven. We halen Amerikaanse stukken, die ik op Broadway zie, naar Nederland, van de serie Bloedverwanten maakten we een toneelstuk. Ik denk dat er nog veel meer mogelijkheden zijn. Een film als Alles is liefde zou een geweldige musical zijn, en mijn televisieserie Jeuk zou ik ook dolgraag op het toneel zien.”   

Heb je je bemoeid met de inhoud van de liedjes?
“Voor Thomas begon te schrijven hebben we samen bepaald waar de liedjes over moesten gaan. Je kunt ze inzetten tijdens de meest emotionele en grappige momenten van een voorstelling, maar je kunt ook net iets inventiever zijn. Zo zit er een leuk nummer in dat Het Sponsorlied heet. Daarin gaan de mannen van de garage op zoek naar een sponsor voor de marathon. Het herbergt niet per se een emotie, maar het is wel erg musical met een klein toneelstukje erin: een goede manier om iets te vertellen en zo het verhaal verder te brengen.”

Maar we kunnen ook wel een paar keer lekker janken, mag ik hopen?
“Zeker. Bij Bloemen en gebak, een fenomenaal nummer gezongen door Jelka van Houten. Het begint als een fictief gesprek met een begrafenisondernemer. Halverwege draait het om en zingt ze haar dode man toe. Thomas zei: op het laatst huilzingt ze. Dat liedje gaat door merg en been. Mag ik nog heel even blijven hier is ook behoorlijk hartverscheurend, gezongen door de zoon van de overleden garagehouder. Maar goed, er is ook genoeg Mamma Mia-achtige lol en luchtigheid. Een lied gezongen door vijf dames in een kapsalon, het ijzersterke Mijn lichaam is een tempel over de jongens die hortend en stotend aan de training beginnen.”

De vorige voorstelling van Kemna Theater die je regisseerde was een bewerking van het aangrijpende Amerikaanse toneelstuk Moeders en Zonen. Kun je als regisseur genoeg kwijt in een musical?    
“Absoluut. Natuurlijk was het even wennen. Bij een voorstelling als Moeders en Zonen of The Normal Heart sta ik als regisseur middenin en trek ik cast en crew gedurende de repetitieperiode mee het verhaal in. Hier sta ik veel meer te kijken wat er gebeurt. Een groot gedeelte van de tijd zijn de spelers bezig met dansen en zingen, onder begeleiding van anderen. Dat vind ik ook te gek. Een van de leukste dingen aan mijn werk is het samenbrengen van fijne mensen die goed zijn in wat ze doen, zowel op het toneel als achter de schermen.”

(Psst, je kunt deze musical in het Chassé Theater in Breda zien met CultuurWerkt!)

1 reactie

Anoniem · 27 maart 2017

Als de musical zo leuk is als de film wil ik hier zeker naartoe! :)

Schrijf een reactie

Wordt niet publiek getoond.

Je gebruikt een oude browser, waardoor deze website niet werkt.
Update naar een modernere browser.