De terugkeer van Drebin

05 augustus 2025 door Simon Blom
In The Naked Gun keert niet zozeer een personage terug als wel een wereldbeeld. Liam Neeson is Frank Drebin jr., Pamela Anderson zijn onverwachte metgezel. Samen belanden ze in een kluchtige nachtmerrie die zich uitgeeft voor een politiefilm.

Er is iets geruststellends aan films die nergens toe leiden. Niet dat ze doelloos zijn, integendeel, ze werken zich juist verwoed door plotlijnen en motieven heen, maar zonder ook maar één moment te doen alsof het ergens over gaat. The Naked Gun is er zo een. Alles beweegt, vliegt, struikelt of explodeert, maar de toeschouwer wordt nergens op aangesproken. Men mag lachen, maar het hoeft niet. Men mag zich herinneren hoe Leslie Nielsen ooit, met het gezicht van een dominee en het motoriek van een bezopen gymnastiekleraar, deze hele filmstijl naar een hoger niveau tilde, maar ook dat is niet verplicht.

In deze nieuwe incarnatie is het Liam Neeson die de taak op zich neemt: Frank Drebin jr., zoon van. Dat moet ergens op slaan, al weet niemand precies waarop. Hij wordt opgezadeld met een moordonderzoek, een techmiljardair, een gestolen apparaat dat de mensheid moet veranderen in Neanderthalers en een vrouw die crime novels schrijft, Pamela Anderson, die haar rol speelt alsof ze nooit anders gedaan heeft. Het werkt. Niet omdat het geloofwaardig is, maar juist omdat het dat niet is. Anderson, met haar onnadrukkelijke timing en een blik die nergens op lijkt te rusten, brengt precies het soort onrust dat deze film nodig heeft.

De film zelf is een machine van flauwigheid. Een sneeuwpop komt tot leven, een uil blijkt de geest van Drebins vader, een elektrische auto rijdt zelfstandig naar zijn doelwit terwijl Clippy - die van Microsoft - de deur opent. Op papier is dit allemaal onverdraaglijk, en misschien is het dat ook, maar in de praktijk heeft het iets ontwapenends. De wereld wordt hier niet uitgelegd, maar eenvoudigweg geparodieerd. Alles is te letterlijk, te absurd, te veel – en dat is precies de bedoeling.

Ik moest denken aan de politieagenten uit mijn jeugd, die op zondagen achter de begonia’s zaten en niet aan een sneeuwpop dachten, laat staan aan een apparaat dat ‘P.L.O.T.’ heet. Die wereld is voorbij. Wat ervoor in de plaats is gekomen, zijn films als deze, waarin niets nog als vanzelf spreekt en zelfs de misdaad zichzelf niet meer serieus neemt. Neeson, met zijn grafstem en houterige gratie, lijkt zich daar uitstekend in thuis te voelen. Hij speelt Drebin niet als een clown, maar als iemand die niet begrijpt waarom de wereld zich voortdurend in rare bochten wringt. En zich daar met koppige waardigheid doorheen beweegt.

Het mooiste moment van de film is misschien wel wanneer Drebin, met zijn broek op de enkels en een menigte die hem uitjouwt, toch probeert iedereen te redden. Niet omdat hij gelooft dat het kan, maar omdat hij niet anders kan. Dat is, uiteindelijk, wat deze film tot meer maakt dan een verzameling grappen. Er zit een soort wanhoop in, die ongemerkt ontroert. Zoals zo vaak bij goede komedie is het de ernst die blijft hangen.